Creativiteit & Kunst — Kennis & Hulpbronnen voor de Nederlanden

Daar ik fotograaf en textielkunstenaar met jarenlange ervaring met zowel analoge als digitale technieken, zie ik dat de vereniging van fotografie en textiel frisse wegen creëert om verhalen te vertellen. In dit artikel deel ik concrete inzichten, werkwijzen en hulpmiddelen die je direct kunt toepassen, of je nu net aanvangt dan wel al een persoonlijke praktijk hebt.

Voorbehandeling van het textieloppervlak

Alvorens een foto op textiel komt, hoort het oppervlak worden voorbehandeld. Ik reinigt het doek aanvankelijk op 60 graden om alle appret te verwijderd krijgen. Hierna breng ik een dunne laag polyurethaan aan die de inkt beter behoudt. Deze laag is transparant en verandert de kleur van het weefsel nauwelijks, maar waarborgt dat de inkt niet door de draden heen vloeit.

Het drogen vindt plaats op een rekbare frame zodat het doek strak wordt gehouden. Als het frame te klein blijkt, verschijnen er golven die later bij het printen voor onscherpte zorgen. Ik neem op daarom altijd de exacte afmetingen van het frame en schrijf die bij het bestand, zodat ik later precies weet hoe het doek zich gedroeg.

Een tweede voorbehandeling is het aanbrengen van een lichte primer op basis van acryl. Deze primer zorgt voor het oppervlak iets gladder zonder de textuur helemaal weg te nemen. Bij fijne foto’s met veel detail, zoals macro-opnames van planten, ervaar ik dat de primer het contrast vergroot en de kleuren levendiger maakt.

Verlichting en contrast bij het printen

De verlichting tijdens het afdrukken dicteert hoe nauwkeurig de details op het textiel waarneembaar worden. Ik werkzaam met een UV-lamp die ik op een constante afstand van 40 centimeter boven het doek zet. Te dichtbij resulteert in overbelichting en vlekken; te ver weg produceert een te zachte overgang tussen lichte en donkere partijen.

Contrast is een tweede variabele. Een foto met hoge contrastwaarden kan op textiel te hard ogen, omdat de vezels het licht diffuus creëren. Ik verminder daarom het contrast met ongeveer 15 procent in de digitale bewerking voordat ik print. Dat geeft een organischere overgang en belet dat schaduwen volledig zwart raken.

Ik probeer altijd een strookje van 10 bij 30 centimeter met verschillende contrastwaarden. Op die strook noteer ik de exacte instellingen van de printer en de belichtingstijd. Zo creëer ik een referentietabel op die ik kan bekijken bij nieuwe projecten zonder telkens opnieuw te hoeven testen.

Het borduren als vormgevend middel

Het naaien is geen loutere afwerking maar een wezenlijk bestanddeel van de compositie. Door garens verschillende dikte te gebruiken, lees dit artikel, kan ik strepen toevoegen die de foto verder opdelen of net verbinden. Bij een serie over migratiepatronen borduurde ik bijvoorbeeld fijne rode draden over de foto’s heen, die de routes van vogels navolgden die ik eerder had gefotografeerd.

De richting van de steken is essentieel. Een horizontale steek ligt in de richting van de weefseldraden en blijft vrijwel onzichtbaar. Een verticale of diagonale steek breekt het patroon en trekt de aandacht. Ik gebruik daarom een samenspel van beide: de horizontale steek voor subtiele correcties en de diagonale steek voor accenten die het verhaal versterken.

De kleur van de draad dicteert of de naad versmelt met de foto of net contrasteert. Bij een donkere foto neem ik een donkere draad zodat de steek alleen zichtbaar wordt als het licht scheef invalt. Bij een lichte foto gebruik ik een contrasterende kleur om een bijkomende laag toe te voegen die de toeschouwer uitnodigt om dichter te naderen.

De interactie van licht en vezeltextuur

Een foto die op textiel wordt afgedrukt, krijgt een andere visuele laag omdat het licht via de draden terugkaatst en breekt. Het eindresultaat is nimmer exact identiek als op papier. Ik optioneer daarom steeds voor een proefafdruk op het definitieve doek voordat ik een groot werk creëer. Zo ontdek ik hoe de structuur van linnen, katoen ofwel zijde het contrast en de kleur verzachtend beïnvloedt of juist versterkt.

Het licht welke op een textieloppervlak schijnt, wijzigt per uur en per ruimte. In mijn atelier probeer ik daarom prints op verschillende momenten van de dag. Een foto die ’s ochtends neutraal lijkt, kan in de middag heter raken door de zuidelijke lichtval. Door dit te documenteren, creëer ik een klein lichtlogboek op dat ik later kan consulteren bij verse projecten.

Om de vezelstructuur waarneembaar te bewaren, pas ik toe een matte afwerking inktlaag liever dan een glanzende afwerking coating. De matte laag voorkomt dat het licht te veel weerkaatst en laat de structuur van het weefsel behouden. Dit is in het bijzonder cruciaal bij portretfoto’s waarbij huidstructuur en kledingkenmerken een belangrijke rol vervullen.

Opslag en conservering van hybride werken

Hybride werken van foto en textiel behoeven een afwijkende bewaarwijze dan conventionele foto’s. Ik berg ze liggend in zuurvrije dozen met tussenliggende vellen Tyvek. Tyvek is luchtig en verhindert dat vocht zich ophoopt, terwijl het gelijktijdig stof en licht weert.

Temperatuur en luchtvochtigheid dienen stabiel te blijven. Een variatie van meer dan 5 graden Celsius per dag kan de lijm tussen foto en textiel aantasten. Ik registreer daarom de condities in de opslagruimte met een digitale hygrometer en noteer de waarden elke week. Bij afwijkingen regel ik de ventilatie aan of verplaats ik de dozen naar een andere ruimte.

Voor transport maak ik gebruik van een platte kist met schuimrubber aan de binnenkant. Het schuimrubber is uitgesneden in de vorm van het werk, zodat het niet kan verschuiven. Op de buitenkant kleef ik een label met de afmetingen en het gewicht, zodat de vervoerder weet dat het werk kwetsbaar is en liggend behoort te worden vervoerd.

Het kiezen tussen digitale en analoge technieken

Digitale fotografie biedt tempo en herhaalbaarheid, maar verliest af en toe de tactiele kwaliteit die analoge opnames bezitten. Ik werk daarom met een middenformaat camera voor de digitale reeks en een 4×5 inch camera voor de analoge reeks. De twee series worden later naast elkaar gelegd om te bepalen welke sfeer het beste past bij het textielproject.

Analoge film heeft een korrel die blijft zichtbaar na het printen op textiel. Die korrel kan een extra laag geven aan het verhaal. Bij een serie over industriële gebouwen combineerde ik bijvoorbeeld korrelige zwart-wit foto’s met grof geweven jute. De korrel intensiveerde het gevoel van ouderdom en slijtage dat het gebouw al uitstraalde.

Digitale technieken zijn echter essentieel als ik meerdere lagen wil combineren. Met Photoshop kan ik een foto eerst omzetten in een rasterpatroon dat overeenkomt met een weefselstructuur. Dat raster print ik vervolgens op een dunne zijde die ik weer op een dikkere drager naai. Zo ontstaat een dubbele laag die zowel digitaal als handmatig tot stand is gekomen.

Documentatie van het creatieve maakproces

Het documenteren van het proces helpt om later te reflecteren op keuzes die tijdens het maken zijn gemaakt. Ik fotografeer elke fase met een stabiele camera-standaard en dezelfde lichtval. Zo wordt er gecreëerd een reeks die illustreert hoe een idee zich evolueert van schets tot finale uitvoering.

De documentatie bestrijkt ook gefaalde testen. Een print die te donker blijkt of een naad die scheef zit, wordt eveneens gedocumenteerd. Door deze tegenslagen te behouden, zie ik regelmatigheden in wat niet lukt en kan ik die in een volgend project omzeilen. Het verzameling van mislukkingen is om die reden even nuttig als het archief van geslaagde creaties.

De documentatie evolueert tot uiteindelijk op zich een artistiek werk. Ik selecteer een aantal procesfoto’s en druk af die op dun papier dat ik nadien op het definitieve textielwerk bevestig. Zo ontstaat een tweevoudige structuur waarin zowel het eindresultaat als de traject ernaartoe waarneembaar blijft. Dit geeft de beschouwer inzicht in de gelaagdheid van het productieproces.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *